Over volkssport, folklore en aanstormende waterpoloderby’s
Onbekend maakt onbemind. Ook in ‘Bromberen’ op Radio 1 ging het vorige zondag over de dure volkssporten voetbal en wielrennen. Of beter: waarom deze sporten eigenlijk geen volkssporten zijn, en pakweg kaatsen en biljart wel. Dat het gewoon een bezield commentator vraagt om de spanning erin te brengen voor de nog neutrale kijker. En ergens klopt dat. Ik viel goed een jaar geleden voor het in onze contreien weinig begeerde cricket. Ook niet meteen een volkssport, maar in Engeland toch iets volkser van opzet dan een dure pot Premier League voetbal. Men neme picknick en six-packs mee voor namiddag uit. Dat concept. In een niet zo ver verleden wou ik die sport zelfs niet vatten. Saaier dan baseball, stel je voor. Dat veranderde toen een overjaarse hippie me in goed zes en een halve minuut de basisregels verklaarde. Een test duurt lang, een belangrijke zelfs vijf dagen. Maar bij The Ashes weet je in ieder geval sneller wie wint dan wie nu uiteindelijk de winnaar was van bijvoorbeeld die kluchttour van 2006. Onbekend betekent logisch en ironisch genoeg ook dat je prestaties niet vergeten worden. Als je naam niet met gepast geronk door de media wordt geroemd, dan rest enkel volstrekte obscuriteit. Donna-Donny Truyens, iemand?
Nu, waterpolo. Eveneens vrij onbemind wegens slechts vaag gekend. En dan weten dat we daar als natie ooit in schitterden. We konden in één adem, ja, in één zin de woorden ‘ploegsport’, ‘Olympische Spelen’ en ‘zilver’ vernoemen. Het is sinds 1924 zelden of niet herkauwbaar geweest, die zin. Antwerpen, 1920, is algemeen het zelfverklaarde hoogtepunt voor ons nationale team, maar in totaal wist ons land viermaal zilver en tweemaal brons binnen te rijven. De laatste keer dat we mee het podium opmochten om een plak te rapen was in Berlijn 1936. Dat vergeet je gauw en nog liever graag. Maar goed. De eerste ploegsport ooit op de Olympische Spelen heeft ook in onze stad een spoor achtergelaten. Vroeger jojode de Dendermondse ploeg tussen de oude tweede en derde klasse. Het voorbije decennium toefde de club steevast net boven de kelder van ’s lands allegaartje ploegen dat tegen de titel van rode lantaarn aller clubs vecht. Het lange verblijf in de huidige vierde klasse weerhield de club er echter niet van een behoorlijke jeugdwerking op te starten. Als kleine club in een door media en bonden gemarginaliseerde sport voortbestaan is ver van een sinecure. Daarvoor alleen al een boeket sponsorbons bij een sportzaak.
Lokale of regionale rivaliteit bij sportgebeurtenissen zorgt altijd voor extra animo. Zo zijn de partijen tegen Aalst vaak een close call. Aalst is echter aan een sterk seizoen begonnen. Na twee wedstrijden deelde het met Eupen en Dendermonde de leiding. Op speeldag drie gingen de Ajuinen bij de ploeg uit het Duitstalige landsgedeelte echter de boot in, terwijl Dendermonde een fel bevochten overwinning tegen Charleroi liet optekenen. Een morele opsteker? Misschien wel, ware het niet dat Dendermonde vorig weekend een bittere pil te slikken kreeg. Bij de derde ploeg van Mechelen, de grootste club wat ploegen betreft, ging het liefst 23 keer fout. Dendermonde wist zelf slechts vijf keer te scoren. Aalst herstelde zich van de opdoffer door met 22 – 4 te winnen van het nog puntenloze Ensival Verviers. De wedstrijd van komende zaterdag heeft dus de tweede plaats als inzet. Beide ploegen hebben negen punten, drie minder dan leider Eupen.
De streekderby start meestal vrij gemoedelijk. Het blijft echter een derby. En dat laait sowieso al eens op. Ook op ludieke manier. Toen ik zelf nog het water indook, schreef ik ooit in een wedstrijdverslag: “De sfeer onder de spelers is uitstekend. Iedereen is er op gebrand om het verlies in het zware 50meter bad van Aalst recht te zetten. Omstreeks 20.00 uur wordt voor het eerst opgezwommen. Het begin van vooral een nerveuze partij. Tijdens het tweede kwart komt een hele bende supporters van Aalst het zwembad binnen. De meesten carnavalesk uitgedost …” Niet dat een derby geen serieuze bijklank heeft, want over dezelfde partij schreef ik ook: “Dat de spelers van Aalst in de cafetaria nadien niet al te happig waren om tombolaloten te kopen vergeven we hen. Het afdruipen van hun supporters schonk genoeg plezier.”
Volgende zaterdag duiken beide ploegen in Dendermonde het water in. Aalst is met zijn ploeg vol ervaren jeugd favoriet, maar Dendermonde houdt wel van die rol van underdog. Wie eens iets anders wil zien dan een lokale ondermaats presterende fusievoetbalclub kan op zaterdag 18 oktober 2008 terecht in zwembad Olympos, gelegen aan de Leopold II Laan te Dendermonde. De wedstrijd start om 20.30 uur.

Lopballetje op weg naar de verste hoek.