Interview: Henk Rijckaert

Aanstaande vrijdag, 3 oktober, staat stand-up comedian Henk Rijckaert in JH Zenith op het podium met een avant premiere van zijn nieuwe zaalshow. Denderend deed alvast een interview.

Henk Rijckaert, net uit de douche, ontvangt mij bij hem thuis, in de enige kamer van de hele woning die afgewerkt is: zijn studeerkamer. In de rest van de woning zijn nog grote verbouwingen aan de gang.

Henk, hoe ben je comedian geworden?

Alles is begonnen met improvisatietheater. Ken je het tv-programma Onvoorziene Omstandigheden? Ik vond dat wel geestig en rond die periode stond er een annonceke in de krant om een workshop mee te doen bij de Belgische Improvisatie Liga. Later ben ik dan bij The Lunatics terecht gekomen. Daar speelde dikwijls nog een standup comedian na ons, zo heb ik veel mensen leren kennen en heel veel comedians bezig gezien. Dat deed mij goesting krijgen om zelf met standup comedy te beginnen. Het begint dan met een stukje te schrijven dat op geen zak trekt, maar toch ga je verder. Je blijft je stukje herwerken tot het beter wordt. Ik heb dan aan wedstrijden meegedaan en zo is de bal beginnen rollen.

En dat lukte onmiddellijk?
In die periode was ik nog fulltime leraar. Toen ik met standup comedy begon, ben ik overgeschakeld naar een halftijdse job om meer tijd te kunnen spenderen aan de comedy. Je stukken worden dan beter, er komen meer en meer optredens, je krijgt meer en meer succes. Onlangs ben ik gestopt met les geven en ben ik dus fulltime comedian geworden. Dit is eigenlijk iets waar ik al jaren op zat te wachten zonder dat ik het zelf wist! Comedy is echt een passie geworden.

Hoeveel optredens doe je nu?
Een 2 – 3 tal per week, soms eens 4. Hangt er van af welke periode. Nu heb ik het vrij druk met de voorbereidingen van mijn nieuwe show. Die gaat half oktober in première. Ik ben daarnaast ook nog bezig met iets voor tv. Dit alles zorgt er voor dat het nu een drukke periode is.

Wat is je ervaring met optredens in een jeugdhuis?
Voor de try-outs van de nieuwe show heb ik de laatste maanden dikwijls in jeugdhuizen gestaan. Ik speel daar graag omdat je een publiek hebt dat open staat. Voor jongeren spelen is veel confronterender. Ze zijn kritisch en veel directer. Jongeren laten onmiddellijk merken of een grap geslaagd is of helemaal niet.

Je bent de laatste jaren bekender geworden, heeft dit invloed op je carrière?
Ik ben, denk ik, met de herhalingen meegeteld, een 5-6 maal op tv geweest. De impact daarvan gaat snel over, maar het helpt natuurlijk wel. Vanzelfsprekend is het niet van hetzelfde kaliber als Wouter Deprez, die zoveel maal in De Slimste Mens heeft meegedaan. Maar de mensen zullen mij nu, in de context van comedy, misschien wel sneller herkennen.

Is je comedy gegroeid in die jaren?
Ja. Dit komt vooral omdat ik er steeds meer tijd aan spendeer. Vroeger werkte ik nog fulltime, daarna halftime, en nu ben ik fulltime comedian. Hoe meer werk en tijd je er in steekt, hoe beter je comedy wordt. Ik ben vooral geëvolueerd van cabaret naar standup comedy. Wat ik nu breng, is voor een klein deeltje nog steeds cabaret, maar dan wel cabaret boordevol jokes. Mijn shows zijn geëvolueerd van soft en lief naar comedy met ballen.

henkr.jpg
Wat heb je volgens jou nodig om een goede comedian te zijn?
Fantasie! Een comedian moet over alles kunnen fantaseren. Je moet kunnen observeren, dingen die je in het dagelijkse leven tegenkomt opnemen, en gebruiken in je show. De nieuwe show ‘Karton’ is grotendeels geïnspireerd op de verbouwingen die ik aan het doen ben in mijn huis.

Als comedian moet je ook hardnekkig blijven geloven in je ding. Masochistisch, zelfs sadomasochistisch genoeg zijn om verder te gaan wanneer je bent afgegaan. Mijn eerst jaar als comedian was slecht, beschamend slecht! Slechts een op de drie optredens was goed. Je wordt beter door er veel mee bezig zijn, te sleutelen, te kijken wat kan beter kan, en vooral eerlijk zijn met jezelf. Ik kan zelf een stuk van de show enorm goed vinden, maar als het niet werkt bij het publiek, moet je ook de durf hebben om het weg te gooien.

Heb je niet de drang om grappiger te zijn dan andere comedians?
Er is zeker competitiedrang. Maar het is wel stimulerend om andere mensen bezig te zien. Dat maakt je scherper: je wil het minstens even goed doen. Je ziet iemand anders bezig en denkt: “Dat is goed gevonden! Fuck, dat ik daar zelf niet opgekomen ben”. Maar daar leer je veel uit. Er is zeker geen afgunst onder de comedians. Je weet dat zij er ook veel tijd ingestoken hebben, dus daar heb je veel respect voor. De shows van andere comedians zijn ook veel toegankelijker.

Vroeger moest je naar een of andere obscure videotheek om een video van Andre Van Duin of Urbanus te huren. Nu staat Youtube er vol van. Ook op try-outs sta je samen met andere comedians op het podium. Na de show praat je nog wat na, en geef je elkaar tips. Er is een tijd geweest dat iedereen zijn eigen bord afschermde en elkaar de kop probeerde in te drukken. Nu duwen comedians elkaar omhoog. Ze proberen elkaar te helpen en goede comedy te brengen. Dit is een goede evolutie, het helpt de comedy in België naar een hoog niveau te brengen.

Hou je bij je optredens rekening met het publiek waarvoor je speelt, zijn er grenzen?
De mensen weten waaraan ze zich kunnen verwachten. Ze weten ook dat het geen bonte avond zal worden. Als er dingen zijn die mij storen zal ik die wel vertellen, maar het is niet de bedoeling om mensen te choqueren. Ik zoek dat ook niet op. Als er iemand belachelijk gemaakt wordt, kom ik er zelf als de belachelijkste uit. Wanneer mensen gechoqueerd of wenend buiten zouden komen, dan denk ik dat ze het niet gesnapt hebben. Maar dat heb ik nog nooit meegemaakt. Iedereen gaat altijd content naar huis. Vrouwen gaan geil naar huis!

Was je als jonge knaap ook al de grappigste in huis?
Absoluut, dat zit in de familie. Mijn pa vertelt graag lolletjes en mijn nonkel is een onnozel kalf. Dat zet je al van kleins af op gang. Ik was ook steeds de eerste om domme dingen uit te steken. Het heeft ook veel te maken met je ego en de drang om in de belangstelling staan. Het allereerste wat ik mij nog kan herinneren, is dat ik als klein kindje de show aan het stelen was in het Koning Boudewijn Park. De mensen bleven echt staan om mij op een pony te zien rijden, ik maar muilen trekken en onnozel doen! De mensen vonden dat fantastisch.

Waarmee kan je zelf lachen?
Genante dingen, maar heel grappig. Amerca’s Funniest Home Video’s bijvoorbeeld. Ne kleinen die van de trap valt en dat soort slapstick-humor, echt fantastisch!

Zijn er comedians waar je zelf naar opkijkt?
Dean Cook en Bill Hicks zijn echt fantastisch! Verder nog Eddy Izzard, Hans Teeuwen, Theo Maessen. En uit België: Alex Agnew, Thomas Smith, Bert Gabriels. Er zijn nog veel meer goede comedians hoor. Ook Xander De Rycke is goed bezig. Deze mensen zitten niet met hun vinger aan hun gat te koteren, ze zijn zo goed geworden omdat ze er hard voor werken. Veel respect.

Wat mogen we verwachten van je nieuwe show ‘Karton’?
Lachen, lachen, lachen… Uiteindelijk is de show een goe stukske comedy met een muziekje tussen. De nieuwe show bevat ook levenswijsheid, zeg maar comedy met een boodschap. Ik ben ook zeer trots, want ik heb voor deze show de lat een pak hoger gelegd. Vroeger waren er nog stukken waarvan ik vond dat ze beter konden, nu niet meer. Ook de reacties zijn heel goed. De show is direkter, minder verhaal en veel meer grappen. Top-comedy!

Wat zijn je toekomstplannen?
Hopen dat het succes zo blijft. Dat ik nog meer respons krijg, blijf groeien, en het mechanisme volledig onder de knie krijg. Vorig seizoen deed ik 20 grote optredens. Dit seizoen zijn dat er 30. Het volgende seizoen 40? Ik wil in ieder geval op het podium blijven staan en zoveel mogelijk kunnen spelen. Een zaal van 80 of 500 man, dat maakt niet uit, als het maar gezellig is!

Bart HERMANS


Tagged as: , ,